De Stadstuin - een feest van hoge en lage niveaus

Vestibule belooft met zijn prachtige groene entree en het vele groen in de bloembakken aan de gevels een prachtig gebouw te worden grenzend aan Park Leeuwesteyn. Park Leeuwesteyn is echter niet het enige park in de directe omgeving. Tegenover Vestibule komt een heuse stadstuin. Deze stadstuin wordt niet zomaar ‘een parkje’, maar een tuin met hoogteverschillen, een grote trappartij en een bijzonder ontwerp. Het krijgt een eigenwijze vorm in de strakke structuur van Leidsche Rijn Centrum. Marita Koch, ontwerper bij LODEWIJK BALJON landschapsarchitecten, geeft antwoord op 5 vragen over het ontwerp.

  • De Stadstuin krijgt een bijzondere vorm. Hoe komt het nou precies te liggen tussen de bebouwing?

“De Stadstuin (of Plantsoen van Boedapest, zoals we het ook wel noemen) ligt midden in de cultuuras. Deze as loopt over het Berlijnplein en verbindt twee boerderijen op het oorspronkelijke maaiveld: Hofstede Ter Weide (De Vrijstaat) en Rood Noot. De Stadstuin verbindt verschillende hoogtes. Zo ligt de boerderij van de De Vrijstaat zo’n 5,7 meter lager dan het maaiveld van in aanbouw zijnde Greenville (het gebouw tegenover Vestibule). We hebben daarom een bijzondere trap ontworpen als middelpunt van de tuin. Een groot deel van de tuin is eigenlijk een daktuin. Het is onderdeel van een bouwwerk met daaronder voorzieningen die het gebruik van de Cultuuras moeten ondersteunen. Het biedt de mogelijkheid tot een wandeling langs de terrasrand met uitzicht over de Hofstede. Dit terras wordt bekroond met pergola. Het pad in de tuin loopt via een brug over de fietsboulevard in de richting van het centrum.”

Cultuuras

Overzicht pleinen / structuur

  • Welk karakter krijgt de Stadstuin?

“Met het bouwwerk, de trappartij en de hoogteverschillen krijgt de Stadstuin een monumentaal karakter. Dat komt door de klassieke uitstraling van de bogen in het bouwwerk en de inrichting van de tuin. In de Stadstuin kun je straks geborgen plekken ervaren, omdat we in de tuin zelf weer kleinere ‘tuinkamers’ hebben bedacht. Van bovenaf heeft het ontwerp een soort ruggengraat van hagen en bomen. Bomenrijen lopen mee met de vloeiende lijnen van de structuur van de Stadstuin en de tuinkamers zijn geschakeld aan het centrale pad.

‘De ruggengraat’

Structuur met bomenrijen

  • Wat ervaren mensen die straks door de Stadstuin lopen?

“De Stadstuin wordt een plek waar je een echte ‘tuin ervaring’ tot je kunt nemen. Je hebt hier de beleving van kleuren, texturen, planten en je ervaart de seizoenen. De trap krijgt verschillende bordessen. Ik hoop echt dat hier straks een jazzbandje gaat spelen of een theatergezelschap een optreden geeft. De plek van de trap is bedoeld om een podium te creëren. De trappen zijn breed. Je kunt er gaan zitten, want er valt genoeg te bekijken. Op het laagste niveau is misschien ruimte voor een klein terras, terwijl je op het hoogste niveau in de kruinen van de bomen staat. Een heerlijke plek om te verpozen. Vanuit Vestibule loop je hier straks zo naar toe.

Trappartij en deel van het bouwwerk in het midden van de Stadstuin

 

  • Welke beplanting komt er in de Stadstuin en waarom is daarvoor gekozen?

“Bij de keuze van de beplanting hebben we goed nagedacht over afwisseling in de textuur. Het moet robuust zijn en tegelijkertijd beheersbaar blijven voor de gemeente. Het is immers een tuin in de openbare ruimte. De afwisseling in planten zorgt voor een rijk beeld dat interessant is in ieder seizoen van het jaar. In de vaste planten met bloemen hebben we gekeken welke interessant zijn voor het aantrekken van insecten. Waar insecten zijn, komen automatisch ook weer stadsvogels. Die aantrekkingskracht versterken we met planten en bomen waar bessen aan groeien. De Stadstuin ligt in een autoluw stuk, dus we hebben de kansen van de wanden benut voor nestkasten voor de gierzwaluw, huismus en vleermuizen.”

 

  • Zit er nog iets typisch ‘LODEWIJK BALJON’ in het ontwerp?

“Wat voor mij bijzonder was, is de combinatie van het bouwwerk en de tuin. Het is fijn dat we dit integraal hebben kunnen ontwerpen. Dat is ook wat we graag doen als bureau. Het gaat verder dan alleen de inrichting van een tuin ontwerpen. We hebben het ontwerp en het proces op verschillende niveaus kunnen coördineren. Ik denk dat we daardoor de juiste opstelling hebben gevonden en daar word ik blij van. Ik ben er echt van overtuigd dat de Stadstuin iets bijzonders gaat toevoegen aan de beleving van Leidsche Rijn Centrum.”